Het Familiewapen   BEIJERINCK 

blauw merkteken op zilver

vrijdag 18 juni 2010

Grafische Stamboom Familie Beijerinck

 

Stamboom   Familie BEIJERINCK

Stamboom van de Familie Kasteleijn uit Breukelen

Stamboom  Familie Kraaij uit Nijkerk

Grafische Stamboom Familie Kraaij uit Nijkerk

Stamboom familie Groeneveld uit Winschoten

Stamboom familie Petersen uit Putten (Gld.)

Ned. Genealogische Ver.

Andere uitgezochte families

van de(n)(r) Bor uit Nijkerk

 

 

Uit barsting van de vulkaan Krakatau, het verhaal van Mevr. Beijerinck, zie ook IX 17

Kwartierstaat van  Catja Kraaij

kwartierstaat van Peter Beijerinck.

foto's en filmpjes van Catja en Peter Beijerinck

stamboomtree.pdf

 

De vermoedelijk bakermat van de familie Beijerinck is te vinden in Twente

 

Dit wordt gesteund door de verwijzing naar erven van deze naam in deze regio: erve Beyerman of Beyerinck bij Tilligte (1334), erve Lutike Beyerinc bij Den Ham (1321), en een erve Beijerinck bij Hengelo (1650).

Te Tilligte, bij Denekamp, aan de Hunenborgweg 12 aan de esrand, stond een vakwerkboerderij uit 1653, waar in de niendeurboog stond ingekerfd,

“De Here beware min utganck unde inganck. Anno 1653 den 26 april Jan ter Linde Ende(diens bruid) Yenne Beijerinck.

 

Overgenomen uit Oost Nederlandse Familienamen, door B.J. Hekket, 1975

In de jaren 1346-1364 werd er ene Ernst (de) Beyer vermeld, die als dienstman recht had op het huis “te Beyegheringh te Tilligte. Waarschijnlijk is het huis naar hem vernoemd.

In de Leenacten boeken van het vorstendom Gelre en het Graafschap Zutphen is vermeld dat in 1558 een Johan Beijerinck een hofstede erfde van zijn oom Lubbert.

Ook staat er ene Hermanus Beijerink genoemd als vicaris over het Stift Weerselo in het jaar 1571.

 

Een geslacht van waterstaatsingenieurs

Frederik Beijerinck ( 1694-1779) Gelderse landmeter op latere leeftijd en erflater van een ingenieuze dynastie.

voor zijn biografie door L. Aarboom zie  Historisch Jaarboek Gelderland 2002,

Zijn neef  Peter Beijerinck, gedoopt 16 mei 1684 was landmeter in dienst van Gelre .

Zoon van Peter,  Martinus, geboren te Nijmegen op 31 maart 1718 was landmeter van het “Furstendom Gelre en het graafschap Zutphen, zijn zoons

Willem, geboren te Nijmegen op 2 augustus 1756 ,  werkte onder de grote waterbouwkundige Christiaan Brunings.

en Frederik, geboren 20 juli 1766 te Nijmegen heeft zijn gehelen diensttijd doorgebracht aan onze hoofdrivieren en

 

Jan Anne Beijerinck, geboren te Lent op 4 december 1800, zoon van Willem, was de meest  bekendste, hij werkte mee aan de drooglegging van o.a. de Haarlemmermeer, waar hij de ontwerper was van het beroemde Cruquius gemaal en de Alexanderpolder waar het gemaal naar hem is vernoemd. In 1865 deed Jan Anne nog voorstellen voor het inpolderen van het zuidelijk deel van de Zuiderzee, nu het IJsselmeer

Jan Anne Beijerinck Gemaal

 Martinus Gijsbertus, geboren te Lent op 4 april 1787 en oudste broer van Jan Anne, werkte mee aan de drooglegging van De Haarlemmermeer en was hoogeleraar waterbouwkunde aan de Polytechnische school te Delft

Willem Frederik Adolph, geboren te Zwolle op 25-12-1828 werkte onder zijn oom Jan Anne, bij de droogmaking van de Haarlemmermeer en in 1852 bij de indijking van de Bathpolders aan de Ooster-Schelde. In 1856 ging hij als ingenieur werken bij de Atlas”in Amsterdam en werd later directeur van de fabriek. Hij was een deskundige op het gebied van stoomgemalen.

Martinus, geboren te Nijmegen op 22 mei 1803, zoon van Frederik uit 1766 was Hoofd ingenieur van Rijkswaterstaat en gaf later  onderricht in waterbouwkunde in Delft.

Pieter Johannes Gerardus, geboren te Nijmegen op 6 mei 1820, werd ambtenaar bij de Nederlands Indische Waterstaat.

 

Bekende voorouders.

 

Martinus Willem Beijerinck, geboren 16 maart 1851 te Amsterdam, microbioloog en viroloog.

Was wetenschappelijk onderzoeker bij de Nederlandse Gist en Spiritusfabriek te Delft, alwaar in 1984  een laboratorium naar hem is vernoemd.

De KNAW heeft in 1965 de stichting M.W. Beijerinck Virologiefonds opgericht, die iedere 3 jaar een medaille uitreikt en een geldbedrag, aan een vooraanstaand viroloog.

Ook werd in 1970 in een maankrater naar hem vernoemd.

Meer over Martinus Willem Beijerinck op

http://www.beijerinck.bt.tudelft.nl

 

Willem Beijerinck, geboren 3 juli 1891 te Utrecht, studeerde af in Wageningen en runde daarna noodgedwongen door de plotselinge dood van zijn schoonvader Willem Popping, diens boerderij. Hij stichtte in 1927  uit eigen middelen een biologisch onderzoek station op te Wijster.

De KNAW stelde op 1 februari 2000 de leerstoel Schure-Beijerinck-Popping Fonds, voor onderzoek van de biologie van het zoete water in.

Gerrit Jan Adrianus Beijerinck, geboren te Arnhem op 6 april 1792 was uitgever en oprichter van Gerrit Jan Adrianus Beijerinck, geboren te Arnhem op 6 april 1792 was uitgever en oprichter van “De Gids” in 1837 en gaf tussen 1822 en 1860 de jaarlijkse Almanak van het schoone en goede”.

 

Familie Kasteleijn uit Breukelen

Grafische Stamboom Familie Kasteleijn

 

 

 

De familienaam werd vroeger verschillend geschreven.

De Stamhouder OttoRijkzn., schreef het als CASTELIJN, maar in zijn overlijdensakte staat het als KASTELEIJN.

Hij was van 1676 tot 1702 Schepen van der Heerlijkheid en de Geregt van Nijenrode tot Breukelen.

Gijsbert KASTELEIJN, ged. 15-3-1761 in Loenen a/d Vecht, schreef rond 1800 de familienaam als KASTELIJN en zijn zoon Cornelis schreef het als KASTELEIN.

Dat de Familie HUGENOTEN waren, vanwege de 3 blauwe Franse Lelies op een goudkleurig veld, daar heb ik tot op heden geen bewijzen voor gevonden.

Eerder moet gedacht worden dat het familiewapen is afgekeken van het wapen van de familie Günter, de bewoners van Günterstein in Breukelen, die zeker sinds 1450 3 gouden franse lelies op een rood vlak voerden.

 

Een typisch figuur in de familie was PETRUS JOHANNES KASTELEIJN, geboren op 2 april 1745 te Breukelen. 

Hij verloor al vroeg zijn vader PIETER, waarna de familie naar Duitsland ging en kwam als 12 jarige terug in Utrecht, waar hij ging werken in een apotheek. In 1760 zette hij zijn studies in Amsterdam voort. Zijn ooms RIJCK junior en Casparus KASTELEIJN waren zijn voogden.-

Hij ging 1n 1765 naar Suriname en schoot daar per ongeluk zijn vriend JAN WILLEM ARENTS dood, maar werd van gerechtsvervolging ontslagen. Hij keerde in 1766 terug in Amsterdam en begon in 1772 voor zichzelf  een apotheek.

Door ziekte en staar aan zijn oog verliep de zaak en om in zijn onderhoud te voorzien kwamen er veel chemische verhandelingen, poëzies en toneelstukken van zijn hand.

 

Ook JAN SAMUEL CORNELIS KASTELEIJN, heeft van zich doen spreken.

Hij stichtte in 1929 het KASTELEIJN-BEIJERINCK FONDS, ondergebracht bij de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude en speciaal bedoeld om er meisjes van te laten  studeren, tot die tijd was de fundatie alleen voor jongens. JAN SAMUEL CORNELIS KASTELEIJN zelf studeerde van 1881 tot 1889 met geld van de Fundatie.

Dit mede op aandrang van zijn vrouw Henriette Elisabeth Beijerinck

 

 

 

                                                        mailto:peter.beijerinck@hccnet.nl